Kapitale misverstanden
14 januari 2026
Mirjam de Rijk
De misverstanden over geld – kapitaal, financiering, hoe je het maar noemen wil – stapelen zich in hoog tempo op. Moedwillige misverstanden, vermoed ik. De misvattingen hebben namelijk iets met elkaar gemeen: ze geven degenen die geld verdienen met geld nóg ruimer baan.
Een van die kapitaaldwalingen werd vorig jaar prominent verwoord door (toen nog minister) Fleur Agema. U weet wel, de minister die als Kamerlid tegen private equity in de zorg was, maar als minister vóór. Want, zei ze, er is veel geld nodig voor de zorg, en private equity heeft geld, dús hebben we private equity nodig. Los van alle dubieuze praktijken van private equity, verwart de minister hier ‘geld voorschieten’ met ‘betalen’. En aangezien dat nogal vaak gebeurt, bijvoorbeeld bij discussies over woningbouw of klimaatinvesteringen, is het de moeite waard om deze verwarring de wereld uit te helpen.
Inderdaad, er is geld nodig om woningen te bouwen en te isoleren, om nieuwe apparatuur voor ziekenhuizen aan te schaffen of windmolens te bouwen. Maar degenen die dat geld voorschieten – banken, pensioenfondsen, private equity of wat dan ook – betálen niks. Sterker nog, ze eisen een flinke vergoeding voor het voorschieten. Hoe hoger die vergoeding, hoe duurder de woningen, de zorg of de duurzame energie. Als private equity de zorg binnenkomt, betaalt ze die dus niet, ze wil eraan verdienen. Aangezien private equity een veel hogere vergoeding eist dan een bank, wordt de zorg er juist duurder van, niet goedkoper.
Een tweede misvatting is dat er te weinig kapitaal zou zijn, te weinig voorschietgeld. En dat we iedereen die wil ‘investeren’ (want dat is de term voor het voorschieten) dus uiterst dankbaar zouden moeten zijn. Maar de wereld loopt over van kapitaal. In nog geen twintig jaar tijd verdrievoudigde de hoeveelheid rendementzoekend kapitaal op de wereld. De eigenaren en beheerders weten van gekkigheid niet waar ze hun kapitaal nu weer eens in zullen beleggen. Kapitaal te over. Dus niks op je knietjes uit dankbaarheid voor ‘investeerders’.
Trouwens, misvatting drie, kapitaalbezitters financieren hun beleggingen merendeels met schuld, en helemaal niet met eigen kapitaal. Wie kapitaal heeft, kan heel makkelijk veel lenen. En daarmee zijn rendement vermenigvuldigen.
Dat brengt ons bij het vierde fundamentele misverstand. Veel goedbedoelende politici en maatschappelijke organisaties vinden namelijk dat de overheid geldvoorschieters tegemoet moet komen om te zorgen dat die – alsjeblieft! – geld stoppen in maatschappelijk nuttige investeringen. Dat tegemoetkomen kan bijvoorbeeld door er als overheid geld bij te leggen (dat heet dan mee-investeren, maar vaak zonder zeggenschap of meeprofiteren van de winst) of door als overheid de risico’s over te nemen. Best bijzonder: een overheid die geld bijlegt omdat kapitaalbezitters ‘nu eenmaal hoge rendementen eisen’.
Er zijn betere manieren om te zorgen dat er genoeg voorschietgeld is voor urgente maatschappelijke investeringen. De overheid is immers helemaal niet afhankelijk van rendementlustigen. Overheden kunnen zelf goedkoop geld lenen en dat vervolgens uitlenen aan niet-commerciële instellingen. Of het geld tegen voorwaarden ter beschikking stellen aan maatschappelijk verantwoordelijke bedrijven, maar wel in ruil voor zeggenschap en meedelen in de winst. Trouwens, als bijvoorbeeld milieuregels echt gehandhaafd zouden worden, zou een groot deel van die maatschappelijke investeringen vanzelf gebeuren, omdat ze allang verplicht zijn.
Om onafhankelijker te worden van rendementmaximaliseerders helpt het ook om de enige bank die nu nog in publieke handen is, de ASN, in publieke handen te houden. En die bank een werkelijk maatschappelijke rol te geven. (Nee, beste nieuwe ASN-directeur, privatisering van de ASN is niet ‘beter voor de burger’, zoals u onlangs in Het Financieele Dagblad liet optekenen. Veel burgers hebben namelijk een iets bredere blik dan lekker cashen door een bank te verkopen.)
Het is goed om dit alles in het achterhoofd te houden als het de komende tijd gaat over een investeringsbank of ‘investeringsfaciliteit’. Alle formerende partijen zijn daar voor, het komt dus vast in het regeerakkoord. De precieze vormgeving is nog niet bekend, maar het lijkt de zoveelste manier te worden om met belastinggeld de rendementen van kapitaalbezitters op te stuwen.
