Brutaliteit
4 februari 2026
Mirjam de Rijk
Het lijkt erop dat defensie een welkome smoes is om eindelijk weer eens lekker te snoeien in de publieke voorzieningen.
Gepubliceerd in De Groene Amsterdammer Nr. 06 / 5 februari 2026
Alle economische adviesorganen waren het er afgelopen tijd over eens, er is in Nederland snel een belastingverschuiving nodig van arbeid naar winst en vermogen. Het aanstaande kabinet doet het tegenovergestelde: het verhoogt de belasting op arbeid. In dezelfde week dat ASML een recordwinst van bijna tien miljard euro bekendmaakte en ING een winst van zes miljard euro, meldde de nieuwe coalitie trots dat ze de winstbelasting niet verhoogt en grote vermogens ongemoeid laat.
In het coalitieakkoord staat zelfs expliciet dat de belastingen ‘niet verder genivelleerd’ zullen worden. De drie partijen bezuinigen 10 miljard op de zorg en 6,5 miljard op de sociale zekerheid om de defensie-uitgaven te betalen. Het lijkt erop dat defensie een welkome smoes is om eindelijk weer eens lekker te snoeien in de publieke voorzieningen. Iets wat afgelopen jaren (‘bestaanszekerheid!’, ‘de urine loopt bij ouderen langs de benen!’) door maatschappelijke druk niet mogelijk was.
De nieuwe coalitie vertrouwt erop dat veel mensen slecht zijn in het beoordelen van de hoeveelheid ‘nullen’. Zo hoopt het CDA veel goed te maken met een ‘gemeenschapsfonds’, een tijdelijk fonds van 200 miljoen, oftewel 11 euro per burger, verdeeld over vier jaar. Of neem de 50 miljoen voor sport (3 euro per inwoner) of de 35 miljoen voor gezondheidspreventie.
Saillant is dat de vakbeweging van harte wordt uitgenodigd om mee te denken over de afbraak van de sociale zekerheid. De coalitie wil de WW niet alleen beperken tot één jaar, je moet voortaan ook twee keer zo lang in dienst zijn om WW-rechten op te bouwen. De arbeidsongeschiktheidsregeling wordt beperkt en de pensioenleeftijd stijgt, vanaf 2033 betekent een jaar langer leven een jaar langer werken.
Daarnaast vindt het aanstaande kabinet dat de ‘regeldruk’ van CAO’s moet verminderen. De verzorgingsstaat wordt verder teruggesnoeid tot een armenregeling. Dat is opmerkelijk gezien alle mooie woorden die afgelopen jaren gebezigd zijn over de middeninkomens. Vrijwel alle bezuinigingen in het akkoord treffen juist de middengroepen. Voor de allerlaagste inkomens blijft er een vangnet, de hoge inkomens hebben hun eigen vangnet. De nieuwe regering lijkt van mening dat niet burgers maar bedrijven de basis zijn van een land. Het rapport van oud-ASML-topman Peter Wennink wordt vrijwel integraal overgenomen. Bedrijven krijgen voortaan een miljard euro energiesubsidie per jaar, de CO2-heffing komt er niet, er worden miljarden vrijgemaakt om investeringen te stimuleren. De fiscale subsidies voor bedrijven blijven behouden, ook de regelingen waarvan al vaak is vastgesteld dat ze geen enkel inhoudelijk doel dienen. Nederland moet ‘de sterkste economie van Europa’ worden, ‘met het beste investeringsklimaat’. Niks Europese economische afstemming, wínnen willen we.
Bedrijven gaan weliswaar een ‘vrijheidsbijdrage’ ten bate van defensie betalen, maar let op, dat gebeurt via een verhoging van de arbeidsongeschiktheidspremie. De bijdrage is dus afhankelijk van het aantal werknemers, en niet van de winst. Bovendien is er nog een adder: bedrijven vinden dat premies onderdeel zijn van de loonruimte. Stijgen de premies, dan zeggen ze dat er ‘dus’ minder ruimte is voor loonstijgingen. Daarmee betalen werknemers eigenlijk ook het bedrijvendeel van de vrijheidsbijdrage.
Een van de belangrijke rode draden in het hele akkoord is de afkeer van regels. Men wil jaarlijks ‘minimaal vijfhonderd’ regels schrappen of vereenvoudigen. De maatregelen rond wonen gaan zelfs vrijwel alleen over het afschaffen van regels. Geld komt er nauwelijks, woningcorporaties krijgen vanaf 2028 een fooi van 250 miljoen (dat zijn omgerekend nog niet eens duizend woningen). Beleggers daarentegen krijgen meer ruimte.
Het aanstaande kabinet moet weinig hebben van ruimtelijke ordening. Voortaan mag iedere tuin volgebouwd worden (voor mantelzorg en familie, maar dat zijn ruime begrippen) en er mag vrijwel onbegrensd worden ‘opgetopt’ en aangebouwd. Tot vreugde van projectontwikkelaars. Recreatiewoningen mogen voortaan permanent bewoond, hoe belabberd de kwaliteit ook is en hoe erg dat ook is voor de omliggende natuur. Gemeenten krijgen minder te zeggen. Bijvoorbeeld over de komst van grootschalige datacenters.
Het is allemaal vrij brutaal, zeker als je je een ‘samenwerkingskabinet’ noemt. En slechts 66 zetels hebt.

