Beleggers paaien de minister

28 april 2026

Mirjam de Rijk

De minister is bezweken voor de lobby van commerciële verhuurders, die geen enkel belang hebben bij het betaalbaar houden van woningen.

Gepubliceerd in De Groene Amsterdammer Nr. 18 / 28 april 2026

Arme huurders. Als het aan de minister van Volkshuisvesting ligt mogen commerciële verhuurders binnenkort hogere huren gaan vragen. Het voorstel moet nog door de Kamer, maar er zijn ter rechterzijde vast partijen die het minderheidskabinet hierbij aan een meerderheid willen helpen. Het is volgens de minister een keuze tussen ‘geen beschikbare woningen of de huren omhoog’. Een nogal wonderlijke uitspraak. Het gaat hier immers om de huren van bestaande woningen, en die worden heus niet afgebroken als de huurverhoging er niet zou komen. Ze worden hoogstens verkocht, aan starters bijvoorbeeld.

Media werkten afgelopen jaar hard mee aan het beeld dat verhuren tegenwoordig niet meer loont en dat er daardoor ‘een grote uitverkoop’ (aldus bijvoorbeeld de NRC vorige week) van particuliere huurwoningen plaatsvindt. In werkelijkheid ging het vorig jaar om de verkoop van 42.000 woningen op een totaal van 1,2 miljoen particulier verhuurde woningen. Bovendien blijkt de ‘verkoopgolf’ inmiddels al sterk afgenomen, het was een tijdelijk golfje van een specifieke groep verhuurders die er de brui aan gaven. De minister is bezweken voor de lobby van de commerciële verhuurders die vanzelfsprekend hun rendement graag verhogen.

De WOZ-waarde van woningen mag voortaan harder meetellen in de huur. Nóg harder, want ook nu al is de WOZ-waarde zeer bepalend voor de huur. Dat is behoorlijk gek, alleen al door hoe de WOZ-waardebepaling in elkaar steekt. De verkoopwaarde van onlangs verkochte woningen bepaalt namelijk de WOZ-waarde van álle woningen in de buurt. Ook van woningen die jaren geleden maar een habbekrats gekost hebben. Als in een buurt een paar woningen voor veel geld zijn verkocht, gaan de huren van alle woningen in die buurt omhoog.

Aangezien de WOZ-waarde in hoge mate afhangt van de locatie, worden bepaalde buurten en wijken door het kabinetsbesluit nog exclusiever toegankelijk voor de hogere inkomens. Daarnaast wil minister Boekholt-O’Sullivan ‘bekijken’ of ze de opkoopbescherming afschaft, terwijl dat een van de meest effectieve maatregelen is waarmee gemeenten zorgen dat woningen niet in handen komen van beleggers maar van mensen die er werkelijk gaan wonen.

De minister van Wonen weet overigens niet hoe hoog de ‘middenhuur’ eigenlijk is, zo bleek vorige week tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer. Op een vraag daarover van Pro-Kamerlid Habtamu de Hoop hapte ze letterlijk twaalf seconden naar adem om vervolgens een fout antwoord te geven. Bij middenhuur gaat het om woningen tot 1228 euro kale huur, en die kale huur kan door het besluit van de minister met ruim honderd euro stijgen. Het gebrek aan kennis over de hoogte van de huren was al de tweede blunder van deze minister in nog geen maand tijd. Eerder suggereerde ze in een interview in The Guardian dat Nederlanders veel te hoge eisen stellen aan woningen: zijzelf moest immers in haar vorige leven als militair in Afghanistan ook gewoon met douchemuntjes douchen. (Wat ook nog eens niet waar bleek te zijn.)

Belangrijker dan deze miskleunen is de politieke richting die ze inslaat: ook zij gaat ervan uit dat als je de markt maar genoeg tegemoetkomt, de markt het woonprobleem in Nederland zal oplossen. Maar het kenmerk van marktpartijen is nou eenmaal dat ze winst willen maken. En dat ze dus geen enkel belang hebben bij het betaalbaar houden van woningen, en ook niet bij het oplossen van de schaarste.

Tussen alle gepiep van verhuurders zit eigenlijk maar één klacht die ergens op slaat: verhuurders moeten sinds kort belasting betalen over de waardestijging van hun woning, ook als ze de woning niet verkopen, en dat is raar. (Waarbij die waardestijging bovendien dus nogal vreemd wordt bepaald.) Over een paar jaar wordt deze belastingregel weer afgeschaft, als er een nieuwe vermogensbelasting komt. Aan die tijdelijke rariteit mag de minister best wat doen.

Voor het overige geldt: als verhuurders hun rendement te laag vinden, laat het verhuren dan over aan woningcorporaties. Die hoeven immers geen winst te maken. Dat is waar het woondebat echt over zou moeten gaan, naast natuurlijk het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Niet over het leed van beleggers. En niet over bouwen, dat is vooral een afleidingsmanoeuvre, maar over betaalbare volkshuisvesting.

Renovatiewerkzaamheden bij woningen in Amsterdam, februari 2026 © Ramon van Flymen / ANP