Procederen voor acht miljard

21 oktober 2026

Mirjam de Rijk

De regering wil de belasting voor werkenden verhogen met acht miljard euro. Maar dat valt ook te halen bij de 225.000 rijkste huishoudens met jaarlijks één procent vermogensbelasting.

Gepubliceerd in De Groene Amsterdammer Nr. 43 / 21 oktober 2026

Hoeveel is acht miljard? De regering wil de belasting voor werkenden verhogen met acht miljard euro. Dat is een acht met negen nullen, maar dat klinkt wat demagogisch. Het is gemiddeld een kleine duizend euro per werkende, per jaar. Dat klinkt ook wat demagogisch, maar het is wel waar. De lastenverzwaring begint volgend jaar met bijna vier miljard euro en loopt daarna snel op tot acht.

Toch blijft de koopkracht op peil, meldde het kabinet met enige trots bij de presentatie van zijn plannen vorige maand. Op het eerste gezicht lijkt het inderdaad best knap dat de koopkracht niet achteruit kachelt bij zo’n enorme lastenverzwaring. Zeker omdat de prijzen ondertussen ook flink stijgen. Alleen: het is knap van de vakbeweging, niet van het kabinet. Werknemers sleepten afgelopen jaren flinke loonstijgingen binnen en het is aan die loononderhandelingen te danken dat de koopkracht, ondanks de voorgenomen lastenverzwaring, niet daalt. In de rekensommen gaat de regering ervan uit dat de vakbeweging ook de komende jaren stevig onderhandelt met werkgevers – en het kabinet roomt die loonstijging vervolgens vrijwel helemaal af.

En dan is er een andere acht miljard. Het CBS berekent jaarlijks hoeveel particulier vermogen er in Nederland is en hoe dat verdeeld is over de huishoudens. De laatste cijfers zijn van 2024. Er waren op dat moment in Nederland 225.000 huishoudens die minstens een miljoen euro vermogen hebben. Exclusief het eigen huis, dat telt niet mee. Samen hebben deze 225.000 huishoudens 822 miljard euro, gemiddeld ruim 3,6 miljoen per huishouden.

Stel nou dat deze huishoudens jaarlijks één procent vermogensbelasting zouden betalen. U voelde hem al aankomen: dat is ook acht miljard euro. Iemand met een vermogen van één miljoen betaalt daarover in zo’n geval tienduizend euro belasting. Veel geld, maar ook weer niet zo heel veel, als je een miljoen hebt. Niet onbelangrijk in dit verband: de afgelopen jaren groeide het vermogen van deze rijkste huishoudens jaarlijks aan met zo’n 75 miljard euro.

In discussies over de bestrijding van ongelijkheid wordt regelmatig beweerd dat er in Nederland niet genoeg miljonairs zijn om het überhaupt te hebben over een extra belasting die alleen bij hen terecht komt. Niet de moeite waard! En bij elke behoefte aan extra geld – voor klimaat, publieke voorzieningen, defensie, brugonderhoud – wordt al snel beweerd dat daarvoor ook de middengroepen moeten bloeden, anders krijg je het eenvoudig niet voor elkaar. Maar acht miljard euro is dik de moeite waard.

Tot 2001 kende Nederland zo’n rechttoe rechtaan vermogensbelasting van 0,7 procent op alle vermogen. Dus niet op de aangroei van vermogen, of op het rendement dat ermee wordt gemaakt (waarover de huidige politieke discussie gaat), maar een belasting op het vermogen zelve. Die vermogensbelasting werd afgeschaft, omdat er een uitzonderingsbepaling in zat die op grote schaal werd misbruikt. De uitzondering was bedoeld voor gepensioneerden met heel weinig inkomen en een klein spaarpotje, maar werd met behulp van slinkse fiscalisten gebruikt door de rijkste vermogenden. Fun fact: dat gebeurde onder meer door familiebedrijf Hollandia, het bedrijf van toenmalig premier Lubbers, het heette daarom de ‘Lubbersregeling’.

Een van de argumenten tegen vermogensbelasting is dat vermogenden hun kapitaal ‘investeren’ en dat is goed voor de economie, dus moet je het niet belasten. Het meeste kapitaal wordt echter ingezet voor handel in financiële producten en voegt geen economische waarde toe. Beleggen betekent in de meeste gevallen het kopen en verkopen van aandelen, het voegt geen waarde toe aan een bedrijf. En ook als kapitaal wél economisch nuttig wordt geïnvesteerd, is een kleine vermogensheffing een mooie manier om de samenleving te laten meeprofiteren.

Een ander argument is dat een belasting op het vermogen zelve niet zou stroken met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat eigendom beschermt. Maar als de allerrijksten zich gaan beroepen op een mensenrechtenverdrag, is dat dunkt me wel een robbertje procederen waard. Stel je voor dat je bij werkenden wél acht miljard euro extra mag afromen, maar bij de 225.000 meest vermogende huishoudens niet.

Minister van Financiën Eelco Heinen met het koffertje met de rijksbegroting tijdens de opening van het parlementaire jaar in september © Peter Hilz / ANP