Van de domme

8 april 2026

Mirjam de Rijk

In plaats van lering te trekken uit de crisis grijpt het kabinet deze juist aan om bedrijven die veel fossiele energie gebruiken extra uit de wind te houden.

Gepubliceerd in De Groene Amsterdammer Nr. 15 / 8 april 2026

‘Told you so’ of ‘dat wisten we toch al een jaartje of twintig, dertig, veertig’ is geen fijne reactie. Niet voor de ontvanger, maar ook niet voor de zender. Je wordt er niet gelukkig van. Daarom schreef ik tot nu toe niet dat milieuorganisaties twintig jaar geleden al zeiden dat het elektriciteitsnet als de sodemieter versterkt moest worden. Told you so! Ook de tientallen analyses die momenteel constateren dat Nederland veel beter bestand was geweest tegen de Iran-crisis als serieus was ingezet op energiebesparing, hebben een hoog told you so-karakter. Ongelooflijk waar, maar al zo’n vijftig jaar lang ongelooflijk waar. Dus gaan we het vanaf nu anders doen?

Nou, dat valt vies tegen. Vorige week besloot de Europese Commissie dat grote bedrijven juist méér CO2 mogen uitstoten. Komende zomer wordt het emissiehandelssysteem, het belangrijkste sturingsmiddel, hoogstwaarschijnlijk nog verder uitgekleed. Nederland schoof de CO2-belasting op de lange baan en gaat lustig door met het uitdelen van tientallen miljarden aan fossiele subsidies per jaar. In plaats van lering te trekken uit de Iran-crisis wordt de crisis juist aangegrepen om bedrijven die veel fossiele energie gebruiken, extra uit de wind te houden.

De Iran-crisis legt ondertussen pijnlijk het falen van de huidige energiemarkt bloot. Als de aanvoer op één plek stilvalt, stijgen in de hele wereld de energieprijzen. Ook van producenten die helemaal niks extra’s hebben hoeven doen, zij worden slapend rijk. Knap zuur is ook dat duurzame energie even hard in prijs stijgt als fossiele energie, omdat de prijzen aan elkaar gekoppeld zijn. Was de prijs van duurzame energie in dit soort tijden lager dan fossiel, dan zou in één klap iedereen weten waar we het voor doen, al die windmolens en zonnevelden.

Trouwens, over draagvlak gesproken, voor wie zijn straks de vliegtickets als vliegtuigbrandstof schaars wordt? Voor wie is de laatste diesel als de diesel opraakt? Die vragen zouden binnenkort weleens vervelend actueel kunnen worden. Goedbeschouwd kennen we eigenlijk maar één verdelingsmechanisme: koopkracht. Als de verdeling op basis van kale koopkracht iets te cru uitpakt zijn er toeslagen en subsidies om de boel een beetje recht te trekken. Opgepoetste koopkracht, maar het blijft koopkracht.

Maar als brandstof niet alleen duur wordt maar ook schaars, kom je daar niet mee uit. Dan doemen plots de echt ethische vragen op. Wordt het ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’? Of verkopen bij opbod? Alleen nog brandstof voor economisch noodzakelijke ritten en vluchten? Of misschien toch allereerst voor degenen die de zorg en het onderwijs draaiende houden? Of krijgt iedere volwassene vijf liter per maand? En mag je je rechten dan verkopen als je ze zelf niet gebruikt? Of alleen weggeven?

Als het over de weerbaarheid en de draagkracht van de samenleving gaat, zijn juist dit soort keuzes, en het goed beargumenteren van die keuzes, cruciaal. Zoals good old Joop den Uyl tijdens de energiecrisis van 1973 zei: hoe minder er te verdelen is, hoe belangrijker het is om dat eerlijk te doen.

Dik vijftig jaar later waarschuwt het Internationale Energieagentschap voor de ernstigste energiecrisis ooit, maar het Nederlandse kabinet houdt zich nog even stoïcijns van de domme. Het praat wel over problemen met de betaalbaarheid van energie, maar niet over mogelijke schaarste. Of in ieder geval niet hardop. Dat doet een beetje denken aan hoe betrokkenen zich van de domme houden bij een dreigende ineenstorting van het financiële systeem: ssst niks zeggen, want zodra je het zegt krijgt het een zichzelf versterkend effect: rijen bij de pinautomaat, in dit geval bij de pomp.

En dat is nog waar ook. Maar als je het er niet over hebt, ontstaat er geen draagvlak en daarmee ook geen draagkracht in de samenleving. In 1973 ging in Nederland twee maanden lang de benzine op de bon en mochten auto’s op zondag de weg niet op. Wie de snoezige benzinebonnen van indertijd bekijkt snapt dat je als kabinet in de huidige tijd goed moet nadenken over de vormgeving van schaarstemaatregelen. Maar juist dan is het van belang om in alle openheid de keuzes en dilemma’s te bespreken. Er staat nog een kleine rekening open van de coronacrisis.