Slimmer en minder werken

27 juli 2026

Mirjam de Rijk

Het pleidooi voor een hogere arbeidsproductiviteit heeft wel een aantal blinde vlekken.

Gepubliceerd in De Groene Amsterdammer Nr. 31 / 27 juli 2026

Het is wel symbolisch, die 1 augustus: de Productiviteitsraad begint op misschien wel het minst productieve moment van het jaar, midden in de zomervakanties. De arbeidsproductiviteit in Nederland moet omhoog, vindt het kabinet, en daar gaat die raad over adviseren. Dat is goed nieuws. Decennialang wilden achtereenvolgende regeringen vooral dat we méér gingen werken: meer uren per persoon per week, en zo laat mogelijk met pensioen. Nu ligt eindelijk het accent op de arbeidsproductiviteit, oftewel slimmer werken, arbeid waardevoller inzetten. Zolang dat niet inhoudt dat mensen harder worden opgejaagd is dat goed nieuws.

Treurig is wel dat het kabinet meteen al zes oplossingsrichtingen meegeeft en daarbij de belangrijkste juist niet noemt. De zes gaan allemaal over het nog beter faciliteren van bedrijven: minder regels, meer geld en ondersteuning, beter opgeleid personeel. Hopend dat bedrijven dan gaan innoveren. Maar de arbeidsproductiviteit stagneert vooral doordat Nederland decennialang gemikt heeft op laagbetaalde en laagproductieve arbeid: distributiecentra, slachterijen, pakketbezorgers. Met een laag minimumloon, ruim baan voor flexwerk en het uitkleden van de arbeidsinspectie. Geen woord daarover vanuit het kabinet. Gelukkig benoemde de kersverse voorzitter van de Productiviteitsraad deze olifant meteen.

Een andere blinde vlek van het kabinet is dat bedrijven hun investeringsgeld tegenwoordig gebruiken om bestaande bedrijven op te kopen, en niet voor nieuwe en betere productieprocessen. Ook daardoor stokt de innovatie.

De manier waarop het kabinet de noodzaak van een hogere arbeidsproductiviteit motiveert is opmerkelijk. Het zou allemaal dienen om de ‘brede welvaart’ op peil te houden en publieke voorzieningen te kunnen betalen. Blijkbaar weet men hoe belangrijk dit voor mensen is. De opbrengst van een hogere arbeidsproductiviteit komt echter niet vanzelf bij de samenleving terecht. Voor je het weet betekent het vooral hogere winsten. Ook nu al is er in potentie immers geld genoeg voor brede welvaart en goede publieke voorzieningen – je moet het er alleen wel voor bestemmen.

Het pleidooi voor een hogere arbeidsproductiviteit wordt ook kracht bijgezet met de bekende doembeelden over de wedstrijd met de VS en China. Niet bepaald landen die bekendstaan om hun brede welvaart overigens.

Het is goed om in het achterhoofd te houden dat Nederland qua arbeidsproductiviteit behoort tot de top van de wereld, alleen is de toename van die productiviteit afgelopen decennium laag. Dat de VS hoog scoort heeft te maken met de tech-sector en die bubbel kan binnenkort weleens barsten.

Cijfers over arbeidsproductiviteit hebben allerlei voetangels en klemmen. Ze houden bijvoorbeeld geen rekening met de gezondheids- of milieuschade waar de productie mee gepaard gaat. En hoe bereken je de productiviteit van onderwijs, overheid en zorg? Het CBS meet die niet, maar hanteert een formule die in feite betekent dat de arbeidsproductiviteit in de publieke sector niet verandert. Als in de marktsector de arbeidsproductiviteit toeneemt, heeft de publieke sector daardoor automatisch een remmend effect op het totaalcijfer – met alle politieke implicaties van dien.

Als het aan Piketty en de co-auteurs van het in juni verschenen Global Justice Report ligt, zetten we komende decennia volop in op verhoging van de arbeidsproductiviteit, én gebruiken we die winst om minder uren werken. Als een rijk land als Nederland nóg productiever wordt én evenveel uren blijft werken, is dat de pest voor milieu en klimaat. Ook neemt de ongelijkheid ten opzichte van andere landen toe. De studie kreeg helaas maar kort aandacht. Als je íets leest, komende tijd, laat dat dan dit Report zijn. Er zit een programmaatje bij om eigen keuzes in te voeren en de effecten daarvan op klimaat en ongelijkheid te zien.

En check de profielfoto’s van je netwerk. Opvallend veel daarvan stammen uit de minder productieve tijden van het jaar. Wat Piketty betreft heeft iedere wereldburger eind deze eeuw jaarlijks twaalf weken vakantie en een inkomen van maximaal vijfduizend euro per maand.

Samenwerking tussen drie robots © Piroschka van de Wouw / ANP